PARAMARIBO / KRAKA — De kantonrechter in kort geding heeft alle vorderingen van het bedrijf Suriname Green Energy Agriculture N.V. tegen de Staat Suriname afgewezen.
De rechtszaak was aangespannen om de dreigende uitzetting van vijftig mennonitische families tegen te houden. De rechter oordeelde dat de landarbeiders niet over de juiste papieren beschikken en veroordeelde de N.V. tot het betalen van de proceskosten aan de zijde van de Staat, begroot op SRD 13.500,-.
De vijftig gezinnen waren door de N.V. naar Suriname gehaald voor een grootschalig landbouwproject, waarvoor het bedrijf een samenwerkingsovereenkomst had gesloten met de overheid. De onderneming had al flinke investeringen gedaan en de agrarische activiteiten voorbereid. De mennonitische arbeidskrachten beschikten echter niet over een geldige verblijfsvergunning en hun toegestane verblijfsperiode in ons land was al verstreken.
Ook kon niet worden bewezen dat zij de vereiste werkvergunningen hadden. Als gevolg hiervan werden de gezinnen op 26 oktober 2026 door de autoriteiten ontruimd uit het Mazonia-gebied en onder politiebewaking tijdelijk ondergebracht op een recreatieoord te Kraka.
Uit angst voor een directe uitzetting stapte Suriname Green Energy Agriculture N.V. met spoed naar de rechter. De directie eiste dat de Staat de uitzettingsmaatregelen onmiddellijk zou stopzetten en vroeg om een dwangsom. De Staat Suriname, bij monde van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, verweerde zich door te stellen dat de vordering te vroeg was ingediend, omdat er nog geen definitief besluit tot uitzetting lag. Bovendien stelde de Staat dat de mennonieten zelf de wettelijke rechtsmiddelen moesten inzetten en dat de N.V. niet zomaar bevoegd was om namens hen op te treden. Ook bleek dat er helemaal geen aanvragen voor verblijfs- en werkvergunningen liepen, omdat de benodigde documenten simpelweg ontbraken.
De kantonrechter maakte in het vonnis een duidelijk onderscheid tussen het financiële bedrijfsbelang van de N.V. en de vreemdelingenrechtelijke positie van de gezinnen. Hoewel de rechter erkent dat maatregelen tegen de arbeiders nadelig zijn voor de bedrijfsvoering van de N.V., geeft dit het bedrijf nog niet het recht om de toepassing van de Surinaamse vreemdelingenwet te blokkeren. De eerdere toestemming om naar Suriname te reizen is volgens de magistraat absoluut geen officiële verblijfs- of werkvergunning.
Ook de publiek-private overeenkomst met de Staat bood geen redding; de overheid had daarin weliswaar toegezegd mee te werken aan de vergunningen, maar alleen als er netjes aan alle wettelijke voorwaarden werd voldaan. De rechter oordeelde dat er geen sprake is van onvoorwaardelijke toezeggingen door de Staat en wees de gevraagde voorzieningen resoluut af.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten