PARAMARIBO — De organisatie van de allereerste Heritage Month (erfgoedmaand) heeft in de Surinaamse samenleving en binnen De Nationale Assemblée (DNA) geleid tot een felle discussie over de financiële prioriteiten van de regering. Nu de maand ten einde loopt, groeit de kritiek op het totale gebrek aan transparantie rondom de gemaakte kosten. Hoewel de overheid stelt dat er geen gecentraliseerd miljoenenbudget is vrijgemaakt, eisen critici openheid van zaken over de werkelijke druk op de staatsmiddelen.
De presidentiële werkgroep, onder leiding van voorzitter Rachel Pinas, maakte eerder bekend dat de commissie zelf niet financieel verantwoordelijk is voor het organiseren of subsidiëren van de culturele festiviteiten. De taak van de commissie zou louter coördinerend zijn. Deze constructie roept bij financieel analisten en parlementariërs echter grote vragen op. Het feit dat er geen specifieke begrotingsregel of gecentraliseerd budgetcijfer is gepresenteerd, wordt door critici gezien als een bewuste methode om de werkelijke uitgaven buiten het zicht van de controlerende organen te houden.
'Creatief begroten' in de districten wekt argwaan
De onduidelijkheid wordt versterkt door de opdracht die districtscommissarissen (DC's) hebben gekregen om de festiviteiten lokaal te organiseren. Omdat zij hiervoor geen rechtstreekse overheidsbudgetten ontvingen, moesten de lokale besturen 'creatief begroten'. Dit betekent dat er op grote schaal een beroep is gedaan op lokale ondernemers, particuliere sponsoren en bestaande posten binnen de ministeries van Onderwijs en Volksgezondheid.
Parlementariërs wijzen erop dat ook deze indirecte overheidsmiddelen, zoals de inzet van overheidspersoneel, transport en faciliteiten van ministeries, simpelweg belastinggeld zijn. Het ontbreken van een centrale registratie van deze kosten maakt een effectieve controle op de doelmatigheid van de staatsuitgaven onmogelijk. De roep om een sluitende financiële verantwoording vanuit het ministerie van Financiën en Planning wordt daarom met de dag luider.
Contrast met de harde realiteit
De maatschappelijke wrevel over de Heritage Month is vooral groot vanwege de timing van het project. De afgelopen week kwamen via officiële persconferenties zware financiële tekortkomingen van de staat aan het licht. Terwijl er enerzijds intensief wordt vergaderd over de cultuurmaand, derft de overheid maandelijks SRD 350 miljoen aan de brandstofcap, kampt de vuilophaal in Para met een betalingsachterstand van acht maanden, en moet de geldkraan naar de SLM worden omgebouwd tot een leningsovereenkomst om een crash te voorkomen.
Critici in de media en het parlement stellen onomwonden dat elke Surinaamse dollar en elk uur aan staatsmanagement in deze crisisperiode prioritair besteed had moeten worden aan de acute economische noden van het volk. De samenleving eist dat de regering-Simons bij toekomstige nationale projecten vanaf dag één volledige transparantie toont, zodat de burger exact weet hoeveel van zijn belastinggeld wordt uitgegeven aan festiviteiten terwijl de basisvoorzieningen onder zware druk staan.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten