De rechters luiden de noodklok en het OM heeft koude rillingen, maar de minister knipt liever lintjes op Facebook: De bittere klucht achter onze zogenaamde miljardenstroom.
Er hangt al een hele tijd een prachtige belofte boven ons land. Vanaf 2028, zo spiegelen de glanzende rapporten van de Suriname Oil & Gas Summit ons voor, gaat Suriname miljarden dollars verdienen met de olievondsten op zee. De oprichting van het Welvaartsfonds moet de ultieme redding voor onze economie betekenen. Maar als je de gemiddelde burger op straat of op Facebook vraagt naar deze gouden toekomst, lachen ze je recht in je gezicht uit. Het volk gelooft er simpelweg niet in. Terwijl de grote jongens in de politiek en het bedrijfsleven zich alvast rijk rekenen met de beloofde 'local content'-miljarden, weet de gewone man allang hoe dit soort dingen aflopen. Het grote geld verdwijnt traditiegetrouw in de diepe zakken van de politieke elite en de bekende rijke families, waardoor er voor het zwoegende volk niets meer dan kruimels overblijft.
Dit diepe wantrouwen is helaas volkomen terecht, want we zien nu al dat het fundament van onze rechtsstaat aan alle kanten rammelt, nog vóórdat er überhaupt één druppel olie is opgepompt. Kijk maar naar de openlijke pogingen om de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM) politiek te beïnvloeden. Advocaten, het bedrijfsleven en diverse maatschappelijke organisaties moeten nu al de barricaden op om te vechten voor een eerlijke en onafhankelijke rechtspraak. Zelfs De Nationale Assemblée (DNA) lijkt de kluts volledig kwijt te zijn; wanneer er cruciale documenten over de inrichting van de rechtspraak op tafel liggen, tast de parlementsvoorzitter in het duister. En dat terwijl controle toch juist geen daad van vijandschap hoort te zijn. In plaats van open kaart te spelen, wordt er achter de schermen plotseling gesproken over een vaag 'derde instituut' dat boven of naast het Hof van Justitie moet komen. Niemand weet wie daar gaan zitten en waar we de deskundige rechters vandaan moeten halen, terwijl we nu al met een chronisch tekort kampen. Tot overmaat van ramp wordt inmiddels zelfs het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) door haar eigen rechters beschuldigd van een ondemocratische koers en vriendjespolitiek.
In deze sfeer van geheimzinnigheid voelt het Openbaar Ministerie de bui natuurlijk al hangen; ze krijgen de koude rillingen van hun eigen voeten nog voordat het ijs er definitief op wordt gegooid. Burgers die smeken om een onafhankelijk en gericht onderzoek naar corruptie, moeten maanden of jaren wachten op een fatsoenlijk antwoord. Het OM ziet zelf ook wel dat de organisatie aan verandering toe is, maar de hand van de politiek hangt als een zware, verstikkende deken over het gebouw. Zelfs de minister van Justitie en Politie klaagt steen en been. Hij moest in het parlement toegeven dat grote partijen in beslag genomen kwik en goud zomaar zijn verdwenen onder de neus van de politie en het OM. Maar toen de DNA-leden om opheldering en transparantie vroegen, gaf de bewindsman het laconieke antwoord: "Peh a kwik deh? Gaan jullie dat maar aan het OM vragen!"
Deze weigerachtige houding sluit naadloos aan bij het algemene beeld dat het ministerie tegenwoordig uitstraalt, want op social media lijkt het wel een komedie. Je ziet de minister 24 uur per dag voorbijkomen terwijl hij lintjes doorknipt, handen schuddt en posts plaatst over werkelijk van alles — behalve over de harde aanpak van de criminaliteit, de corruptie of die verdwenen kilo's goud. Zelfs de PR-afdeling van de politie houdt de kaken stijf op elkaar als het gaat over brute berovingen en geweld op straat. Het enige nieuws dat de burger nog bereikt, is wanneer een bromfietser een aanrijding krijgt of wanneer een paar porknokkers op Moeroe Kreek tekeergaan met illegale wapens. Van de grote veiligheidsplannen van de minister merk je in de praktijk bitter weinig, terwijl de prijzen in de winkels ondertussen elke dag de pan uit rijzen. De burger houdt zijn hart vast en fronst de wenkbrauwen in diepe zorg nu de rechterlijke macht zelf de noodklok moet luiden. Niemand weet hierdoor meer waaraan hij toe is.
Diezelfde onzekerheid en verwaarlozing zien we helaas ook terug als we kijken naar ons milieu. De regering staart zich blind op de dollartekens van de natuurlijke hulpbronnen, maar de veiligheid van de gemeenschap en de ecologie kan haar blijkbaar niks schelen. De strengere milieuregels voor de komende oliesector zijn nog lang niet in orde, en de vernietigende voorbodes daarvan zijn nu al pijnlijk zichtbaar in het binnenland. Grote pontons vol met het dodelijke cyanide varen alsof er niets aan de hand is over onze rivieren. Zelfs de kapiteins en de basja's van de dorpen, die juist moeten opkomen voor het welzijn van hun mensen, kijken de andere kant op of maken op de achtergrond stiekem afspraken met malafide ondernemers. Want hoe kan het dat een goudzoeker met zo een gigantische lading gif op een ponton simpelweg onzichtbaar is voor de controleurs? De recente massale vissterfte in de Saramaccarivier is het keiharde bewijs van dit falende toezicht. Hele dorpen langs de rivier zijn hierdoor acuut verstoken van hun dagelijkse routine en hun basale middelen van bestaan.
De cruciale vraag die we ons nu moeten stellen is dan ook angstaanjagend: als we vandaag de dag een lokale rivier al niet eens kunnen beschermen tegen een illegaal goudzoekersponton, hoe moet dat dan straks aflopen als er een grote olielekkage op zee ontstaat? De regering bouwt prachtige luchtkastelen van olie, maar de basis van ons recht, onze veiligheid en ons milieu blijkt van drijfzand te zijn. Terwijl de champagne al koud staat in de dure directiekamers van de machthebbers, blijft de gewone man straks achter met een enorme maatschappelijke en ecologische kater. Het is de bittere ironie van het huidige Suriname: die miljarden dollars onder de zeebodem zullen louter dienen om de privileges van de elite te financieren, terwijl het hardwerkende volk de zware rekening mag betalen voor het exclusieve feestje van de geboren elites.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten