Het was een politieke vertoning die de Surinaamse samenleving met een diep gevoel van bevreemding en schok heeft achtergelaten. De Nationale Democratische Partij (NDP), de partij die momenteel de regeringsmacht bekleedt in een brede coalitie met nagenoeg alle politieke partijen behalve de VHP, kwam onlangs met een haastig geformuleerd persbericht. De strekking? De partijleiding distantieert zich met klem van racistische uitspraken. Het klinkt op papier prachtig en moreel verheven, maar in de praktijk is het een doorzichtig en "lauw" verhaal.
De samenleving heeft het namelijk direct door: deze plotselinge bezorgdheid is niet ingegeven door oprechte moraal, maar door pure politieke angst nu electorale belangen in het geding komen. Waarom nu pas, terwijl deze verwerpelijke retoriek al tientallen jaren binnen de partijwanden wordt gedoogd en gekoesterd?
De realiteit laat zich niet wegpoetsen met een summier verklaring. De individuen die deze gitzwarte en racistische gal spuwen, zijn geen anonieme internettrollen of toevallige passanten. Het zijn vertrouwelingen die openlijk kind aan huis zijn in het partijcentrum, die prominent nemen deel aan NDP-gerelateerde activiteiten — zowel intern als extern — en die op sociale media trots hun officiële betrokkenheid bij de partij garanderen.
Het zijn exact deze partijprominenten die openlijk en ongestoord podia misbruiken om een directe oproep te doen aan president Jennifer Simons, tevens de voorzitter van de NDP. Hun eis is even helder als angstaanjagend: geef de "koelies" — de Surinaams-Hindoestaanse gemeenschap — geen podium meer, want zij zouden zogenaamde geen recht van spreken hebben en geen "echte" Surinamers zijn.
Dit is geen incident, maar een structureel en jarenlang gedoogd patroon.
De partijleiding heeft deze giftige ontwikkeling decennialang, en in het bijzonder tijdens opeenvolgende verkiezingscampagnes, bewust op zijn beloop gelaten. Sterker noch, recentelijk maakte zelfs een zittend DNA-lid van de partij zich schuldig aan soortgelijke discriminerende uitspraken. Dat er achteraf na grote maatschappelijke druk een halfslachtige "correctie" of excuses worden aangeboden, doet er in wezen niet meer toe.
Het gaat namelijk niet om de corrigerende factor achteraf; het gaat om de factor dat je meent wat je zegt. Het gesproken woord is de directe reflectie van het dieperliggende gedachtegoed. Wie zo denkt en dergelijke uitingen formuleert, legt een diepgeworteld racisme bloot dat binnen de partijcultuur blijkbaar normaal is geworden.
De hoge prijs van etnische polarisatie
De gevolgen van deze aanhoudende rassenhaat strekken zich echter veel verder uit dan louter politiek gewin; het vernietigt de totale maatschappelijke en economische toekomst van ons land. Op maatschappelijk vlak vreet deze verdeeldheid het onderlinge burgervertrouwen weg en creëert het een gevaarlijke segregatie, waarbij groepen zich in hun eigen kring terugtrekken en de nationale eenheid volledig verdampt. Dit giftige gedachtegoed nestelt zich bovendien in de hoofden van de jongere generatie, waardoor een vicieuze cirkel van vijandigheid voor decennia wordt vastgelegd.
Economisch gezien is deze rassenhaat een absolute blokkade voor de nationale vooruitgang.
Wanneer etniciteit en partijloyaliteit zwaarder wegen dan competentie en deskundigheid, wordt de meritocratie uitgehold en stagneert elke vorm van innovatie. Het directe resultaat is een massale en rampzalige braindrain: hoogopgeleide jongeren en waardevolle kaderleden verlaten Suriname permanent omdat zij vanwege hun achtergrond geen gelijke kansen krijgen.
Dit verlies aan menselijk kapitaal verlamt onze ontwikkeling op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en technologie. Bovendien schaadt deze etnische instabiliteit ons internationale imago en investeringsklimaat in de kern; multinationals en investeerders mijden landen waar onderhuidse spanningen borrelen, wat funest is voor de verwachte spin-off van onze opkomende olie- en gassector.
Het hypocriete karakter van de NDP-leiding.
Het hypocriete karakter van de NDP-leiding blijkt wel uit het feit dat dezelfde personen die deze haat zaaien, bij officiële gelegenheden nog altijd glimlachend aan de zijde van de president posteren en toegang behouden tot de hoogste partijorganen. Nu het maatschappelijke weerwoord echter te groot wordt en de politieke constellatie wankelt, past men haastig schadebeperking toe.
De Surinaamse burgerij weigert echter nog langer blind te zijn voor deze dubbele moraal. Een politieke partij die claimt er voor het hele volk te zijn, maar ondertussen toestaat dat een wezenlijk deel van onze multi-etnische samenleving als tweederangsburgers wordt weggezet, verliest elke vorm van maatschappelijke en democratische geloofwaardigheid. Het masker is definitief afgevallen; de Surinaamse kiezer eist geen papieren distanties meer, maar het hardhandig en definitief verbannen van deze rassenhaat uit de Surinaamse politiek.
Sookram D. "Ram"




Geen opmerkingen:
Een reactie posten