GEORGETOWN / PARAMARIBO — Terwijl buurland Guyana met rasse schreden digitaliseert en een paspoortbureau heeft opgezet dat binnen exact drie werkdagen levert, blijft Suriname hopeloos achterlopen in de bureaucratische middeleeuwen. Het Guyanese ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het volledige aanvraagproces gecentraliseerd en gedigitaliseerd, waardoor burgers zowel online als fysiek binnen een mum van tijd over hun reisdocumenten beschikken. In Suriname daarentegen blijven opeenvolgende ministers jaar in jaar uit dezelfde plannen herkauwen, zonder dat de burger er op de werkvloer ook maar iets van merkt.
De Guyanese transformatie bewijst dat politieke wil en institutionele daadkracht direct resultaat opleveren. Als alle vereiste documenten in orde zijn, garandeert de Guyanese immigratiedienst een afhandelingstijd van slechts 72 uur. Dit is mogelijk gemaakt door een fijnmazig digitaal netwerk waarbij databases van de burgerlijke stand en identificatiediensten rechtstreeks met elkaar communiceren. Het bespaart de burger urenlange wachtrijen in de brandende zon en minimaliseert de kans op ambtelijke corruptie en vriendjespolitiek bij de uitgifte van documenten.
Het Surinaamse digitaliseringssprookje: Jaar in, jaar uit dezelfde plannen
De realiteit aan de overkant van de Corantijnrivier is een pijnlijke spiegel voor het Surinaamse overheidsapparaat. In Paramaribo hoort de samenleving al decennialang bij het aantreden van nagenoeg elke nieuwe minister dat "de digitalisering nu écht een feit wordt". Met name op het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (SoZaVo) is deze belofte verworden tot een slechte traditie. Elke bewindsman die daar de revue passeert, schermt met plannen om de uitbetalingen van koopkrachtversterking, AKB en financiële bijstand digitaal te stroomlijnen, maar in de praktijk staan kwetsbare burgers nog steeds maandelijks in mensonterende rijen voor de loketten.
De frustratie in de samenleving richt zich vandaag, op de eenjarige herdenkingsdag van de regering-Simons, ook nadrukkelijk op het ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa). De zittende BiZa-minister bezet de stoel inmiddels exact twaalf maanden, maar zijn beleid lijkt volledig te zijn verlamd.
Het enige tastbare dossier dat het afgelopen jaar de media heeft gehaald, is het voortslepende en inmiddels vermoeiende "spookambtenaren-gedoe". In plaats van de archaïsche systemen van de burgerlijke stand (CBB) te moderniseren en te koppelen aan een efficiënt digitaal overheidsloket, blijft BiZa steken in het tellen van ambtenaren die niet op het werk verschijnen terwijl openlijke ambtenaren van de zitten coalitie hun mensen stilletjes accommoderen in het ambtelijke systeem met duizenden.
Anarchie aan de loketten verstikt de burger
De weigering of het onvermogen van de Surinaamse overheid om de stap naar een modern, digitaal verbonden land te zetten, heeft grote maatschappelijke gevolgen. Burgers die een nieuw paspoort, een ID-kaart of basale uittreksels nodig hebben, worden geconfronteerd met wekenlange wachttijden, een chronisch gebrek aan applicatiemateriaal en een ambtelijke willekeur die de burgergeest definitief vleugellam slaat.
Terwijl de regering-Simons in haar jaarrede de nadruk legt op grootschalige hervormingen en de transitie naar een "Suriname 3.0", bewijst de paspoortcrisis dat de basisdienstverlening aan het volk volledig is verwaarloosd. Als Suriname in 2028 daadwerkelijk een internationale olie-economie wil worden, zal de politieke top moeten stoppen met het presenteren van papieren schijnbewerkingen. Er zal een voorbeeld moeten worden genomen aan het efficiënte beleid van buurland Guyana, waar digitalisering geen loze verkiezingsbelofte is, maar een keiharde realiteit in het voordeel van de burger.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten